Voor ouderbegeleiders & opvoedondersteuners

Vallende kwartjes

'Wat is dat voor een vader, die pas na zes weken op bezoek gaat bij zijn bloedeigen kind?!', vraagt een student verontwaardigd.

We hebben net een televisieprogramma bekeken over het leven van de tienerouders Priscilla (16) en Klaas (16). In de uitzending krijgt Priscilla haar ex-vriendje Klaas op kraamvisite, samen met zijn moeder. Klaas heeft nog maar weinig van zich laten horen nadat Priscilla zwanger bleek te zijn. Tot grote ergernis van Priscilla was hij ook niet aanwezig bij de bevalling van hun zoon Michael. Tijdens de kraamvisite houdt de vader zijn kindje voor de eerste keer vast. Hij zit kaarsrecht op de bank en trekt zijn schouders op. De baby ligt in zijn armen, maar het hoofdje wiebelt vervaarlijk heen en weer. Klaas glimlacht kort naar zijn zoon en geeft hem na een paar minuten snel terug aan Priscilla. Hij veegt met de mouw van zijn trui de zweetdruppeltjes van zijn voorhoofd.

Niet veel later vertrekken Klaas en zijn moeder weer. Hij vertelt dat hij het leuk vond om Michael eindelijk gezien te hebben. Hij zegt: ‘Ik denk dat ik vaker langs langskom. Maar ik weet nog niet wanneer.’

‘Lekker makkelijk om weer de benen te nemen’, zegt de student. ‘Als ik Priscilla was zou ik hem er niet meer in laten. Graag of niet hoor!’

Ik denk aan de kwetsbaarheid van Klaas en vraag mijn klas: ‘Wanneer voelde jij je voor het laatst kwetsbaar?’ Een studente zegt: ‘Laatst durfde ik niet te vertellen dat ik niet wilde meedoen met een rollenspel omdat ik bang was dat ik het niet kon. Ik dacht dat mijn docent dat stom zou vinden.’ Ik vraag het meisje: ‘Wat moet jouw docent dan doen om ervoor te zorgen dat jij op zo’n moment wél durft te vertellen wat je voelt?’. De studente antwoordt: ‘Ik zou het alleen vertellen als de docent bereid is om te snappen waarom ik me zo voel. Zij moet het echt willen begrijpen.’ Fel vervolgt de studente: ‘De docent moet dus naar me luisteren zonder dat ze er meteen zélf iets van vindt!’

Tijd om Klaas er weer bij te halen. Ik vraag mijn klas: ‘Wat zou er gebeuren als Klaas een hulpverlener treft die bereid is om te begrijpen waarom hij op afstand blijft? Een hulpverlener die écht naar hem luistert en zijn eigen oordeel aan de kant zet?’

Stilte.

Uiteindelijk zegt een dappere student: ‘Ik denk dat hij dan eerlijker durft te zijn over waarom hij zo doet.’

Al pratende concludeert de klas dat Klaas vader is geworden terwijl hij zelf nog een kind is. Hij heeft geen baan en naar eigen zeggen ‘totaal geen verstand van baby’s’. Hij wil het beste voor zijn zoon, maar kan hij dat onder deze omstandigheden wel waarmaken? In zijn ogen, en zeker in die van de omgeving, schiet hij als vader meteen al tekort. Dat maakt hem extra kwetsbaar.

Blijft hij daarom misschien op afstand?

In dergelijke situaties voelen we ons van nature altijd sterk verbonden met het kind. Daarom vraag ik de klas: ‘Denk je dat Michael, de zoon van Klaas, ermee geholpen is als hij als hulpverlener oog heeft voor de kwetsbaarheid van zijn vader? Met andere woorden: wat heeft Michael eraan als jij zijn vader niet meteen veroordeelt? Als jij echt probeert te begrijpen waarom hij als vader op afstand blijft?’

De klas is het eens. ‘Michael krijgt dan de kans om loyaal te blijven aan zijn vader, die er op zijn manier wel voor hem wil zijn.’ En: ‘Klaas wil dan misschien vaker praten met mij. Dan kunnen we het erover hebben welke rol hij als vader wil vervullen.’

We concluderen dat dankzij deze aanpak de loyaliteit en de natuurlijke verbondenheid tussen Michael en zijn vader Klaas niet ontkend wordt. Misschien lukt het Klaas daardoor zelfs wel om Priscilla te ondersteunen in de zorg voor Michael.

Aan het einde van de les heeft ook de verontwaardigde student zijn mening herzien. Hij zegt: ‘Zo had ik het nog niet bekeken. Ik zie nu een heel andere Klaas.’


Hoe kun je studenten oudervriendelijker laten denken zonder ze de les te lezen? In haar columns geeft docent Maartje van Amsterdam een kijkje in haar klas.